Geschiedenisonderwijs gaat leven bij koppeling heden-verleden

24 oktober 2018

Leerlingen in het voortgezet onderwijs gaan de relevantie van geschiedenis meer inzien als er een koppeling met het heden wordt gemaakt. Leraren zagen dat de betrokkenheid en de motivatie van de leerlingen erdoor worden vergroot. Dat blijkt uit onderzoek van Dick van Straaten. Hij promoveert op 8 november aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Relevantie van geschiedenis is in het voortgezet onderwijs vaak een probleem. Leerlingen in de onderbouw begrijpen niet waarom ze zoveel moeten leren over mensen ‘die toch allemaal al dood zijn’, terwijl leerlingen in de bovenbouw vaak wel de potentiële relevantie van geschiedenis inzien, maar dan vaak ervaren dat het bestaande curriculum niet genoeg voorziet in zinvol en relevant geschiedenisonderwijs,’ aldus Van Straaten.

‘Ik heb me in mijn onderzoek vooral beziggehouden met de vraag hoe kennis van het verleden voor leerlingen betekenisvol kan worden gemaakt. Dit is belangrijk om te weten, omdat in de geschiedenisles doorgaans veel tijd wordt besteed aan het leren van historische feitenkennis zonder dat duidelijk is waartoe die kennis in het licht van burgerschapseducatie dient.’

Relevante geschiedenis

Relevant geschiedenisonderwijs is onderwijs dat leerlingen in staat stelt om te ervaren wat geschiedenis te maken heeft met henzelf, met de samenleving waarin ze leven en met hun algemeen inzicht in het menselijk bestaan.

Voor zijn onderzoek ontwikkelde Van Straaten de Relevance of History Measurement Scale (RHMS), een vragenlijst waarmee docenten en onderzoekers kunnen meten in welke mate leerlingen geschiedenis relevant vinden en in hoeverre lesinterventies de relevantiebeleving van leerlingen beïnvloeden.

Metingen met de RHMS onder 1459 Nederlandse middelbare scholieren toonden aan dat leerlingen de relevantie van geschiedenis meer gaan waarderen naarmate ze ouder worden. Daarnaast laat het onderzoek zien dat geschiedenisonderwijs dat zich richt op verleden, heden en toekomst de opvattingen van leerlingen over de relevantie van geschiedenis positief kan beïnvloeden.

Toekomstig onderwijs

Wat betekent dit voor het geschiedenisonderwijs? Van Straaten: ‘Leeractiviteiten zouden meer gericht moeten zijn op het maken van vergelijkingen tussen verleden en heden, en minder op het leren van historische feiten. Op basis van ervaringen van leraren en leerlingen die aan dit onderzoek hebben deelgenomen, is implementatie van deze aanpak haalbaar en wenselijk. Het veronderstelt echter een type geschiedenisonderwijs waarmee leraren niet vertrouwd zijn. Daarvoor zijn veranderingen nodig in het curriculum, in het programma van de lerarenopleiding en in de wijze waarop bij geschiedenis getoetst en geëxamineerd wordt.’

Promotiegegevens

Dick van Straaten: Connecting past, present and future. The enhancement of the relevance of history for students. Promotor is prof. dr. R.J. Oostdam. Copromotor is dr. A.H.J. Wilschut.

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op donderdag 8 november, om 12.00 uur.
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting