Veni voor Anniek de Ruijter

11 september 2017

Anniek de Ruijter, universitair docent Europees Recht, heeft Veni-financiering ontvangen voor haar onderzoek naar betere wettelijke waarborgen op EU-niveau voor het bestrijden van grote volksgezondheidscrises, zoals een infectieziekte-uitbraak of een bio-terroristische aanval. Een Veni is een persoonsgebonden subsidie van het Nederlands Wetenschappelijk Onderzoeksinstituut (NWO) voor pas gepromoveerde onderzoekers.

‘Een snelle mondiale verspreiding van ernstige infectieziekten zoals de vogelgriep, is een steeds groter risico. De EU is in de loop der tijd steeds machtiger geworden om dit soort grote crises te bestrijden, maar de constitutionele waarborgen in het EU-recht hebben geen gelijke pas gehouden met deze groeiende rol voor de EU.’

Dat zegt Anniek de Ruijter in  haar onderzoeksvoorstel EU Constitutional Order for Responding to Human Health Disasters. De Ruijter: “De Europese Unie krijgt meer bevoegdheden om volksgezondheidsbedreigingen het hoofd te bieden, maar aan concrete regels waaraan de EU zichzelf in dit kader moet houden ontbreekt het nog. Ik hoop daar nu een oplossing voor te vinden.” Met de Veni krijgt de Ruijter 250.000 euro om drie jaar lang onderzoek te doen naar een mogelijk nieuw constitutioneel kader voor de EU.

Dreiging

Een van de redenen dat de Europese Unie de laatste jaren steeds meer macht heeft gekregen om beleid en recht te maken over gezondheidscrises, is de toegenomen aandacht voor volksgezondheid als onderdeel van veiligheidsbeleid, aldus de Ruijter. “De dreiging van een terroristische aanval met ziektekiemen is steeds realistischer geworden, maar ook ‘gewone’ volksgezondheidsrisico's worden steeds meer als veiligheidsprobleem neergezet door beleidsmakers.".

Screenen van passagiers

De keerzijde van die toegenomen macht van de EU is dat ze daarmee rechtstreeks ingrijpt op het individuele recht van mensen. “Een voorbeeld is het traceren van contacten van mensen door de hele EU of het screenen van vliegtuigpassagiers op infectieziekten. Europa speelt hier een grote rol in, maar de vraag is of dit verenigbaar is met individuele grondrechten”.

Een ander constitutioneel vraagstuk is het institutionele kader dat er moet zijn in de EU om volksgezondheidsbedreigingen het hoofd te bieden. De Ruijter: De Wereldgezondheidsorganisatie heeft regels waar de lidstaten zich aan moeten houden in geval van een crises, en de EU ook. De lidstaten hebben tegelijkertijd ook eigen verantwoordelijkheden: wie dat wat en wanneer, en wie is daarvoor verantwoordelijk?”

Voor dergelijke kwesties is nog geen expliciet grondwettelijk kader voor de EU. “Als de EU deze macht heeft, moet deze ook gebonden worden aan recht. Als je mensen bijvoorbeeld wil volgen met een tracking system moeten er ook wettelijke waarborgen voordat je dit gaat doen.”

Nieuwe blik

Bestaand onderzoek richt zich nu voornamelijk op nationale of internationale maatregelen om met volksgezondheidscrises om te gaan, maar de blik op de EU is nieuw, blijkt uit het onderzoeksvoorstel van de Ruijter. Haar onderzoek is tweeledig: enerzijds is het een inventarisatie van de bestaande wetgeving voor noodsituaties van de afzonderlijke lidstaten, daarnaast is het ook normatief, juridisch, en moet het leiden tot een concreet beleidsadvies voor nationale -  en EU beleidsmakers.

Gepubliceerd door  Faculteit der Rechtsgeleerdheid