Centrale banken moeten crisismodellen verfijnen

15 juni 2018

De huidige evenwichtsmodellen voor het voorspellen van de economische conjunctuur schieten tekort, betoogt Cars Hommes, hoogleraar Economic Dynamics. Niet-lineaire modellen die rekening houden met menselijk gedrag hebben de toekomst.

Cars Hommes heeft een voorliefde voor het modelleren van complexe processen. Hommes studeerde wiskunde in Groningen en promoveerde daar op de chaostheorie, toegepast op de economie. In 1992 stapte hij over naar de Universiteit van Amsterdam (UvA). Sinds 1998 is Hommes verbonden - inmiddels is hij directeur - aan het Center for Nonlinear Dynamics in Economics and Finance (CeNDEF), een onderzoeksgroep voor complexe economische systemen.

Begin 2018 kon Hommes als Duisenberg-Fellow vier maanden een kijkje nemen bij de Europese Centrale Bank (ECB). Daar deed hij aan onderzoek naar macro-economische gedragsmodellen en experimentele economie. Het resultaat hiervan verschijnt binnenkort in de gezaghebbende reeks van ECB Working Papers.

Niet-lineaire complexe systemen zijn de rode draad in het wetenschappelijke werk van Hommes. ‘Standaardmodellen gaan ervan uit dat markten altijd naar het evenwicht tenderen omdat economische actoren kennis hebben van de fundamentele evenwichtsprijs en volledig rationeel handelen. De werkelijkheid is veel complexer. Mensen zijn niet rationeel, maar reageren op elkaar en leren van hun gedrag. Daarmee is er niet één evenwicht, maar kan naar steeds andere evenwichten worden gesprongen.’

Centrale banken

De kredietcrisis van tien jaar geleden maakte duidelijk dat financiële toezichthouders het zogenoemde systeemrisico - de mate waarin problemen bij bepaalde banken of in een bepaalde sector over kunnen slaan naar andere banken of sectoren - sterk hebben onderschat. ‘Het is niet fair om te zeggen dat de standaardmodellen van centrale banken hebben gefaald om de kredietcrisis te voorspellen, want het is heel moeilijk om zo’n crisis te voorspellen. Wel van belang is dat die modellen niet eens rekenden met de mogelijkheid van een crisis van deze omvang. Gedragsmodellen doen dat wel.’

De ECB en andere toezichthouders als De Nederlandsche Bank (DNB) baseren hun beleid volgens Hommes nog in hoge mate op traditionele modellen. ‘Maar we weten dat het standaardmodel niet klopt. Ik heb nog steeds zorgen over dit systeemrisico, ondanks het aangescherpte bankentoezicht en het herstel van de economie. De ECB heeft nog steeds geen goed model dat het systeemrisico van alle Europese banken in kaart brengt en zet hier ook niet groot op in.’

En hoewel crises een natuurlijk onderdeel zijn van de economische conjunctuur, meent Hommes dat extremen moeten worden voorkomen. ‘De crisis van tien jaar geleden was ongekend en heeft grote schade opgeleverd. Er zijn, zeker in de zuidelijke Europese staten, grote groepen mensen lang werkloos of voorgoed uit de arbeidsmarkt gedrukt.’

Omslag

Tegelijk bespeurt Hommes een toenemende aandacht voor niet-lineaire modellen, wat onder meer blijkt uit de keuze voor Hommes als Duisenberg-Fellow. ‘Er komt meer interesse voor complexe systemen, vooral bij de centrale banken van het Verenigd Koninkrijk en Canada, en ook de ECB toont toenemende interesse.’ Ook DNB laat zich niet onbetuigd. ‘Met DNB deed ik onderzoek naar de ontwikkeling van huizenprijzen in verschillende landen. We gebruikten daarvoor een niet-lineair model dat goed in staat was om zeepbellen te verklaren.’

Het neemt nog veel tijd in beslag voor de financiële toezichthouders de slag maken die Hommes noodzakelijk acht. ‘Ik geloof in de praktische toepassing van gedragsmodellen. Bij de grote centrale banken werken nu duizenden mensen die gepromoveerd zijn in de standaardtheorie. In plaats daarvan zouden ze honderden mensen moeten aannemen die kennis hebben van gedragsmodellen. Een volledige overstap hoeft niet, aangezien de beide zienswijzen complementair zijn. Maar ook dan gaat dit nog wel tien jaar duren.’

Niet-lineair

Het kernverschil tussen traditionele en gedragsmodellen is volgens Hommes de manier waarop met verwachtingen wordt omgegaan. ‘Het standaardmodel werkt met rationele verwachtingen en gaat ervan uit dat prijzen altijd naar hun werkelijke evenwicht tenderen. De gedragsmodellen werken met verwachtingen op basis van leergedrag.’

Volgens Hommes zijn traditionele modellen te beperkt. ‘Ze kijken alleen naar het rationele evenwicht. In de gedragsmodellen speelt het “almost selffulfilling equilibrium” een grote rol. Dat is het evenwicht dat weliswaar niet exact, maar wel bij benadering overeenkomt met wat mensen verwachten dat het evenwicht is. Dat is de reden dat er meer evenwichten kunnen bestaan.’

Dat het pad naar deze evenwichten hevig kan schommelen, wordt veroorzaakt door zogenoemde positieve feedback. ‘Als speculanten denken dat de prijs stijgt, neemt de vraag toe en dan gaat de prijs ook omhoog. Zo ontstaan evenwichten die begrensd rationeel zijn. Dergelijke modellen zijn goed in staat om zeepbellen en extreme crisis te verklaren en te voorspellen.’

Laboratorium

De gedragseconomie maakt in toenemende mate gebruik van experimenten. ‘Natuurkundige processen laten zich goed testen, maar experimenteren in de economische wetenschap is moeilijk.’

Hommes zet daarom laboratoriumexperimenten op om de invloed van menselijk gedrag op prijsvorming te meten. ‘Dit betreft dynamische economische modellen, waarbij de prijsverwachting wordt bepaald door een zogenoemd feedback-systeem. Dat betekent dat de huidige prijs een functie is van de gemiddelde voorspelling van morgen. De fundamentele evenwichtsprijs speelt bij de prijsvorming dus een ondergeschikt rol.’

Zo liet Hommes verschillende groepen studenten in aandelen handelen. Zij kregen vooraf informatie over het toekomstig dividend op het aandeel en de marktrente. Uit die laatste gegevens kan een zekere evenwichtsprijs worden afgeleid. Een handelende computer grijpt in wanneer de prijsvorming te ver met die evenwichtsprijs uit de pas loopt.

’Ondanks dat aan de aandelen een zekere fundamentele waarde was toe te kennen, heeft ieder experiment zijn eigen dynamiek.’ De ene keer beweegt de prijs met enorme pieken en dalen rond een gemiddelde, een andere keer schommelt de prijs dicht rond het evenwicht en in weer andere gevallen start de prijsbeweging nerveus, maar nemen de schommelingen geleidelijk af. ‘De structuren die eenmaal ontstaan, versterken elkaar, en het aantal patronen dat wordt waargenomen, is beperkt. De omvang van de groep maakt daarbij niet uit’, zegt Hommes. ‘Meer onderzoek is nodig om te verklaren waardoor deze patronen precies ontstaan.’ In de toekomst kan het lab ook gebruikt worden om beleidsanalyses te toetsen.

Door Bendert Zevenbergen

Gepubliceerd door  Economie en Bedrijfskunde