Minder jongeren vestigen zich in universiteitssteden

30 januari 2018

Sinds de invoering van het sociaal leenstelsel gaan hbo- en wo-studenten minder op kamers. Ook is de doorstroom van de havo naar het hbo licht gedaald en de doorstroom van het vwo naar de universiteit onveranderd gebleven. Dit blijkt uit onderzoek van UvA sociologen Lonneke van den Berg en Ruben van Gaalen voor het Centraal Bureau van Statistiek.

Het onderzoek richtte zich op de invloed van het sociaal leenstelsel dat in 2015 werd ingevoerd en ouderlijke welvaart op de trend in studie- en woonbeslissingen.

Doorstroom naar HBO en WO

De onderzoekers keken naar het percentage havo- en vwo-gediplomeerden dat binnen twee jaar na het behalen van hun diploma startte in het hoger onderwijs. Ze concluderen dat de invoering van het sociaal leenstelsel samen gaat met een kleine daling in de doorstroom van de havo naar het hbo, terwijl studiebeslissingen van vwo-gediplomeerden niet veranderden en deze doorstroom nauwelijks afnam. Zowel bij havo- als vwo gediplomeerden is de doorstroom het hoogst in gezinnen uit de hoogste welvaartsgroep.

Minder studenten op kamers

Sinds de invoering van het sociaal leenstelsel in 2015 gaan er veel minder studenten zelfstandig wonen. Tot 2014 was het percentage hbo- en wo-studenten dat binnen zestien maanden na studiestart uit huis ging rond de 61 procent onder wo-studenten en 23 procent onder hbo-studenten. Na 2015 is dit percentage sterk gedaald, tot 45 procent van de wo-studenten en 14 procent van de hbo-studenten.

We zien deze daling ook terug in het aantal jongeren (17- tot 21-jarigen) dat zich in universiteitssteden vestigt. In 2015 is dit aantal met 14 procent gedaald. Deze daling is met name sterk in steden met een relatief jonge bevolking zoals Groningen, Amsterdam en Utrecht.

Kinderen van ouders met een relatief hoge welvaart gaan (nog steeds) vaker uit huis.

Gepubliceerd door  AISSR