Claes de Vreese, hoogleraar Communicatiewetenschap

in het bijzonder Politieke communicatie en directeur van ASCoR (Amsterdam School of Communication Research)

'Er heerst een open, intellectuele cultuur.'

Claes de Vreese

Fotograaf Lisebeth Dingemans

‘Toen ik als Deense uitwisselingsstudent naar de UvA kwam, wilde ik zes maanden blijven, ik ben er nu al dertien jaar. Een van de redenen dat ik de UvA koos, was het volledige Engelstalige masterprogramma, dat behalve in de VS of Engeland nog nergens bestond. Na mijn master in European Communication Studies vroeg mijn hoogleraar - Holli Semetko - of ik wilde promoveren. Ik had er niet over nagedacht, maar zij maakte mij echt warm voor de wetenschap. Na mijn promotie in 2003, werd ik universitair docent, in 2004 universitair hoofddocent en in 2005 hoogleraar. Ook ontving ik een Veni- en Vicibeurs. In principe is het gezond om ook elders te werken, maar er is voor mij nooit aanleiding geweest om weg te gaan. Als je initiatiefrijk en goed bent, kun je heel veel bereiken aan de UvA. Ik heb alle kansen gekregen en genomen. Er heerst hier een open, intellectuele cultuur. Er werken intelligente, eigenwijze professionals. Een uitdaging voor bestuurders, maar ook een groot goed.

Bij ASCoR, de grootste onderzoeksschool op het gebied van communicatiewetenschap in Nederland en onlangs als excellent beoordeeld, werken 50 senioronderzoekers en 30 promovendi. Veel jonge, ambitieuze mensen. Het is prettig om daar directeur van te zijn.

In mijn onderzoek naar hoe de media over politiek berichten, de invloed op opinievorming en stemgedrag bij verkiezingen heb ik de vrijheid om zelf te bepalen op welke manier ik mijn vragen wil proberen te beantwoorden. Die vrijheid is een groot voorrecht van werken aan een universiteit. Kenmerkend en belangrijk voor de UvA is het internationale onderzoek, de vele buitenlandse onderzoekers die graag naar Amsterdam komen en de internationale studentenpopulatie.'

Claes de Vreese werkt sinds 1998 bij de Universiteit van Amsterdam.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

7 september 2012